Elk kind telt mee

Gedragsregels

Gedragsregels

Hoe gaan wij om met kinderen en ouders op de Meester Spigtschool.
 
Visie.
Op onze school onderschrijven wij het uitgangspunt, dat mannen en vrouwen, meisjes en jongens, gelijkwaardig zijn.
Uitgaande van deze gelijkwaardigheid vinden wij de volgende aspecten van belang:
  • De school schept een klimaat waarin kinderen zich veilig voelen.
  • Op school hebben wij respect voor elkaar.
  • De school geeft ruimte om verschillend te zijn. Deze verschillen kunnen betrekking hebben op persoonsgebonden of cultuurgebonden verschillen.
  • Ieder mens is uniek en wordt persoonlijk benaderd
  • De school schept voorwaarden om een positief zelfbeeld te ontwikkelen. Er wordt actief aandacht besteed aan zelfredzaam en weerbaar gedrag.
Van alle geledingen binnen de school: directie, leerkrachten, leerlingen en niet-onderwijzend personeel wordt verwacht, dat zij zich houden aan de vastgestelde gedragsregels.
 
  1. Gedrag op school.
Het streven naar gelijkwaardigheid binnen de school houdt in dat de volgende gedragingen niet worden getolereerd:
  • grappen met een seksueel getinte, vernederende strekking ten aanzien van anderen
  • Seksueel getinte vernederende toespelingen of insinuaties, direct of indirect bedoeld. Hieronder verstaan wij ook seksueel getinte opmerkingen over of vragen naar uiterlijk en/of gedrag van een ander
  • Handtastelijkheden, die als vernederend kunnen worden ervaren door de ander
Let wel: de toon maakt de muziek.
  1. Schriftelijk en beeldend materiaal binnen de school.
Het is van belang, dat de school zich duidelijk distantieert van beeldend en schriftelijk materiaal, waarin de ander wordt voorgesteld als minderwaardig of als lustobject. Hieronder verstaan we ook leer- en hulpmiddelen, die een rolbevestigend karakter hebben. Dit betekent dat affiches, films , boeken, spel – en ontwikkelingsmateriaal en tijdschriften met een dergelijk karakter niet worden aangeschaft en verspreid.
  1. Schoolse situatie
    a. Knuffelen/ op schoot nemen.
In de onderbouw (groep 1 t/m 4) kan het voorkomen, dat leerlingen op schoot worden genomen. Dit gebeurt alleen wanneer leerlingen dit zelf aangeven. In de bovenbouw (groep 5 t/m 8) gebeurt dit niet meer.
  1. Aan- en uitkleden.
In de onderbouw worden – indien dit nodig is – kinderen geholpen met aan- en uitkleden. In de bovenbouw gebeurt dit niet meer. Toezicht houden in de kleedkamers: wanneer er maar één persoon beschikbaar is, dan zal de betreffende ruimte pas na enkele keren kloppen worden betreden om de kinderen de gelegenheid te geven zich redelijk aan te kleden. ( Op deze manier houden we rekening met het ontwikkelende schaamtegevoel bij alle jongens en meisjes.) De regels zullen met de groep regelmatig geëvalueerd moeten worden.
  1. Zwemmen.
Bij de zwemlessen kleden leerkrachten zich gescheiden om van de leerlingen. De jongens kleden zich gescheiden om van de meisjes.
  1. Leerlingen thuis uitnodigen.
In principe worden kinderen niet bij een leerkracht thuis uitgenodigd. Wanneer een groep kinderen de leerkracht thuis bezoekt, gebeurt dit alleen met toestemming van de ouders.
  1. Eén-op-één situaties.
Wanneer kinderen langer dan een kwartier moeten nablijven, worden ouders hiervan op de hoogte gesteld. Bij lange nablijfsessies – van maximaal een half uur - blijft de deur open.
  1. Schoolkampen.
Op schoolkampen bestaat de leiding in principe uit mannelijke en vrouwelijke begeleiders. Tijdens de schoolkampen gelden dezelfde gedragsregels als in de schoolsituatie. Bij schoolkampen van de bovenbouw slapen meisjes en jongens gescheiden. Gezien de specifieke situatie wordt er bij de voorbereiding van de schoolkampen expliciet aandacht besteed aan de gedragsregels met betrekking tot seksuele intimidatie.
“Kusjes geven” wordt niet toegestaan. Ook bij het dansen wordt rekening gehouden met de gevoelens van kinderen.
  1. Bespreken van “onacceptabel”gedrag.
Kinderen die gedrag vertonen dat als onacceptabel wordt ervaren, worden hierop in ieder geval aangesproken. Bedoeld wordt gedrag, zoals beschreven onder punt 1 van deze gedragsregels. Afhankelijk van de situatie gebeurt dit individueel of in klassenverband. Bij herhaling komt er een vervolgsanctie en worden de ouders ingelicht. Onacceptabel gedrag van leerkrachten wordt individueel met de betrokkenen besproken. Dit gebeurt door de directie van de school.
 
  1. Het onderwijsprogramma.
In het onderwijsprogramma wordt het voorkomen en het weerbaar maken t.o.v. seksuele intimidatie opgenomen.
  1. Omgang met ouders.
  • We onthouden ons van enige vorm van discriminatie op grond van geloof, uiterlijk, etnische afkomst, sekse, geaardheid of politieke overtuiging.
  • We maken gebruik van correcte aanspreekvormen en maken geen seksistisch getinte insinuaties/toespelingen.
  • We stellen geen vragen of maken opmerkingen over iemands privé-leven, als die niet ter zake doen.
  • Lichamelijk contact dient uit het oogpunt van zelfbescherming te worden vermeden.
  • Flirten en/of hinderlijk staren dient te worden vermeden.
6. Leerkrachten die ook ouder zijn.
  • Leerkrachten die ook ouder zijn hebben verschillende rollen: moeder/vader en leerkracht. Dit vraagt veel van de professionaliteit. Andere ouders en kinderen weten niet altijd in welke rol je ergens bent.
  • Leerkrachten hebben hun eigen kind niet in de groep.
  • Bij de groepsindeling wordt ook rekening gehouden met neefjes, nichtjes, evt. buurkinderen of kinderen van goede vrienden: in principe komen zij niet bij de desbetreffende leerkrachten in de groep.
  • Leerkrachten die ook ouder zijn (en de opvang op school voor hun rekening nemen), moeten rekening houden met de schoolafspraken:
-  Kinderen vanaf groep 5 gaan om 8.20/13.05 naar buiten om buiten te
         spelen en net als de  andere (overblijf)kinderen te wachten op de bel.
     -  Kinderen uit de lagere groepen kunnen gewoon in de klas wachten.
     -  Kinderen komen niet in de koffiekamer als er door collega’s koffie wordt
        gedronken, gegeten of vergaderd.
     -  Vang je je eigen kind op, voor – of na schooltijd, doe dat dan in het eigen
         klaslokaal.
  • Kinderen die bij ons op school zitten, worden niet gevraagd als oppas thuis. Bedenk de consequenties als het niet goed gaat.
  • Vraag je af of het verstandig is om in bepaalde werkgroepen zitting te nemen, als de rol van ouder en leerkracht door elkaar kan lopen.
 
Kledingafspraken:
  1. Kinderen dragen geen pet onder schooltijd. Dit geldt zowel voor jongens als voor meiden. Tijdens de pauze of in de gymrij wordt het dragen van petten toegestaan.
  2. Het dragen van een hoofddoek is wel toegestaan. Echter, tijdens de gymnastieklessen dient deze hoofddoek te voldoen aan de veiligheidseisen.
  3. We komen gekleed op school, dus niet in zwembroek/badpak, bikini.
  4. Kleding die discriminerend kan zijn voor anderen wordt op school niet geaccepteerd. (i.c. Lonsdale-kleding)